Naar een progressief Europees basisinkomen?

Leestijd: 5 minuten

Een EU-brede regeling zou tegemoet kunnen komen aan de zorgen van progressieven over voorstellen voor een universeel basisinkomen.

HollyHarry/shutterstock.com

Naarmate de conferentie over de toekomst van Europa vordert, blijkt uit de tussentijdse verslagen dat het voorstel voor een socialer Europa dat het vaakst door burgers wordt geopperd, een Europees universeel basisinkomen (UBI) is. Dit vormt een dilemma voor progressieven die beloofden de voorstellen van de conferentie serieus te overwegen, maar gegronde zorgen hebben over een dergelijk plan.

Ze zouden het ubi botweg kunnen afwijzen, maar dit zou het risico lopen burgers van zich te vervreemden en tot scepsis te leiden over hoe serieus de Europese Unie burgerparticipatie neemt. Ongeacht of progressieven voorstander zijn van het ubi, door constructieve visies te bieden kunnen ze de discussie aangaan.

Opvallende patronen

Voor de Foundation for European Progressive Studies hebben we een analyse gemaakt van UBI-debatten en gereflecteerd op de argumenten voor en tegen vanuit een progressief politiek standpunt. We vonden enkele opvallende patronen.

Ten eerste is steun voor en oppositie tegen het ubi te vinden binnen verschillende politieke bewegingen, ongeacht ideologische achtergrond. Ten tweede zijn de argumenten veel complexer dan vaak wordt aangenomen, aangezien ubi doorgaans wordt voorgesteld als een eenvoudige oplossing. Ten derde suggereert het (beperkte) bewijs veel waarschijnlijke positieve effecten van ubi, hoewel het zeker geen wondermiddel is. Ten vierde, enkele belangrijke argumenten tegen het ubi zijn voornamelijk zorgen over beleidsontwerp – onzorgvuldige implementatie kan aanzienlijke nadelige sociale effecten hebben.

Onze taak is om u op de hoogte te houden!

Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief en blijf op de hoogte van de nieuwste content van Sociaal Europa.Abonneren

We sturen je nooit spam en je kunt je op elk moment uitschrijven.

Aangezien UBI opvallend blijft, is het des te belangrijker om een ​​gedifferentieerde kijk te ontwikkelen op waar en hoe het potentieel heeft voor progressieve doelen:

  • het moet aanvullend zijn en de verzorgingsstaat aanvullen in plaats van vervangen;
  • het moet herverdelend zijn, zodat het als een nettovoordeel voor de minder rijken fungeert;
  • het moet individuen onafhankelijk maken van de marktkrachten, en
  • het moet de Europese solidariteit bevorderen door de EU een tastbare sociale dimensie te geven.

Als Europese progressieven ervoor kiezen om het ubi te omarmen, moet het op EU-niveau zijn, beheerd door de vakbond en elke maand rechtstreeks aan elke volwassen EU-bewoner worden betaald. Verzorgers van minderjarigen zouden een lagere uitkering moeten krijgen, waarbij het resterende bedrag naar een Europees staatsfonds gaat. Een deel van dit geaccumuleerde residu zou aan individuen worden uitbetaald als een forfaitair startkapitaal zodra ze de vervaldatum hebben bereikt, en een deel zou in het staatsfonds blijven om de regeling op de lange termijn te helpen financieren.

Om de rijken te ontmoedigen om daadwerkelijk een ubi te claimen als ze het niet nodig hebben, zouden automatische uitbetalingen beginnend bij het nationale mediaaninkomen lineair afgebouwd worden naarmate het inkomen stijgt. In principe zou iedereen nog steeds zijn ubi kunnen claimen, maar niet-opgeëiste fondsen zouden worden doorgesluisd naar het staatsfonds. Zo’n universeel recht op inkomen zou meer in lijn zijn met progressieve idealen dan een universeel inkomen dat zonder uitzondering automatisch wordt uitgekeerd.

Universele aanspraak onderscheidt deze regeling echter van traditionele inkomensafhankelijke benaderingen. Het is de sleutel tot het overwinnen van problemen zoals discriminerende praktijken en het vermijden van problematische prikkels als gevolg van afkappunten.

Bescherming tegen armoede

Op de lange termijn zou een progressief ubi de burgers tegen armoede moeten beschermen tegen 60 procent van het respectieve nationale mediane inkomen of 50 procent van het gemiddelde inkomen, afhankelijk van wat het hoogste is. Om de regeling uitvoerbaar te houden en tegelijkertijd opwaartse convergentie te stimuleren en toereikendheid te waarborgen, mag geen enkel nationaal ubi onder 20 procent van het EU-brede mediane inkomen dalen of 60 procent daarvan overschrijden. Als reactie op aanhoudende zorgen, zouden progressieven verdere differentiatie op lokaal niveau kunnen omarmen.

We hebben je steun nodig

Social Europe is een onafhankelijke uitgeverij en wij geloven in vrij beschikbare content. Om dit model duurzaam te maken, zijn we echter afhankelijk van de solidariteit van onze lezers. Word lid van Social Europe voor minder dan 5 euro per maand en help ons meer artikelen, podcasts en video’s te produceren. Heel erg bedankt voor je steun!Lid worden van Sociaal Europa

Hoewel het bestaande empirische onderzoek aangeeft dat verschijnselen zoals moreel risico in verband met een ubi van minder omvang zijn dan vaak wordt vermoed, zijn er terechte zorgen over wat er uit kan worden geëxtrapoleerd. Een manier om in te gaan op de voorstellen van burgers en tegelijkertijd de risico’s serieus te nemen, is de regeling op zeer lage niveaus in te voeren, die langzaam worden verhoogd naarmate er meer geld beschikbaar komt.

Dit zou beleidsmakers ook in staat stellen snel te reageren met aanvullende regelingen en regelgeving als werkgevers de regeling zouden misbruiken door loondumping. Aangezien dergelijke risico’s in ieder geval bestaan ​​en worden aangepakt door middel van beleidsmaatregelen, lijkt het onwaarschijnlijk dat een ubi zou kunnen werken zonder een dergelijk beleid of dat het laatste zou stoppen met werken als een ubi zou worden ingevoerd.

Impliciet zou een progressief ubi slechts een onderdeel zijn van een allesomvattende mix van sociaal beleid en regelgeving, waarbij wordt vermeden dat het algehele systeem zich reducerend richt op monetaire instrumenten. Gevestigde socialezekerheidsstelsels moeten blijven bestaan ​​vanuit een progressief perspectief, aangezien het ubi nooit een wondermiddel kan zijn, maar potentieel kan hebben als aanvulling op inkomensafhankelijke regelingen die anders onvermijdelijke hiaten opvullen.

Zelfs een aanvankelijk laag ubi zou een niet-stigmatiserende sociale verbetering zijn, vooral voor mensen met een laag inkomen. Het enige sociale beleid dat daardoor vrijwillig zou kunnen worden vervangen, zouden geldoverdrachten zijn waarvan de waarde tegen die tijd volledig door het EU-ubi was gedekt.

Inkomstenbronnen

Voor de financiering stellen we een stapsgewijs gebruik van verschillende inkomstenbronnen voor. Deze omvatten aangewezen EU-middelen, zoals een belasting op financiële transacties, een kooldioxidebelasting, een groene-grensbelasting, uitgebreide emissiehandel, een staatsfonds, een belasting op digitale diensten, een belasting op de toegevoegde waarde op EU-niveau en een ‘robotbelasting’, evenals belastingen op luxegoederen, hoge inkomens, erfenissen, vermogen en grondwaarde. Daarnaast zouden de nationale vennootschapsbelastingbijdragen deels kunnen worden verhypothekeerd. 

Zouden dergelijke fondsen niet anders effectiever kunnen worden gebruikt? Vermogensafhankelijke regelingen zijn ogenschijnlijk meer gericht dan ubi, maar ze lijden onder stigmatisering en lage acceptatie, evenals onder mishandeling en discriminatie door case-workers van de meest kwetsbaren. En een ubi zou conceptueel aantrekkelijker kunnen zijn voor progressieven op EU-niveau, omdat het het sociale acquis zichtbaar zou versterken zonder rechtstreeks te concurreren met het nationale welzijnsbeleid.

Verdere kwesties, zoals wettelijke beperkingen in de EU-verdragen en politieke scepsis ten aanzien van een ubi, moeten serieus worden genomen. In het licht van de Conferentie over de Toekomst van Europa zouden progressieven echter op een gepaste genuanceerde manier het debat moeten aangaan door openlijker te discussiëren over de voorwaarden waaraan een Europees ubi zou moeten voldoen om als wenselijk te worden beschouwd.

DOMINIC AFSCHARIAN

Dominic Afscharian is afgestudeerd in politieke wetenschappen en economie aan de Universiteit van Heidelberg en heeft gewerkt met denktanks, adviesbureaus en academische instellingen. Momenteel is hij onderzoeksmedewerker aan de Universiteit van Tübingen.

VIKTORIIA MULIAVKA

Viktoriia Muliavka is onderzoeker aan de Poolse Academie van Wetenschappen en SWPS University of Social Sciences and Humanities en is senior analist van het Transparent Cities-programma voor Transparency International Oekraïne.

MARIUS OSTROWSKI

Marius S Ostrowski is een Max Weber fellow aan het European University Institute. Zijn publicaties omvatten Left Unity (2020) en de bewerkte serie van Eduard Bernstein’s Collected Works (2018-). Hij is adjunct-hoofdredacteur van het Journal of Political Ideologies .

LUKÁŠ SIEGEL

Lukáš Siegel voltooide onlangs een doctoraat in de filosofie, gericht op discriminatie van mensen met een handicap, met een speciale interesse in verschillende modellen van handicaps.

Oorspronkelijk bericht: https://socialeurope.eu/towards-a-progressive-european-basic-income
Vertaling: g**gl