Twee jaar geleden had bijna niemand ervan gehoord. Maar inmiddels zijn er al dertien gemeenten die willen experimenteren met het basisinkomen. In nog eens 28 gemeenten worden de mogelijkheden voor zo’n experiment verkend. ‘Er is nog nooit zoveel momentum geweest.’
Toen Rutger Bregman in de zomer van 2013 voor het eerst van het basisinkomen hoorde, (vast naar aanleiding van het Europese Burgerinitiatief voor een Onvoorwaardelijk Basisinkomen[1]) dacht hij ‘laat ik eens in het krantenarchief kijken wat er in de afgelopen jaren over geschreven is,’ Rutger kwam het woord in maar één context tegen, wat dat was, lees dat in zijn post op de correspondent.nl[2]

Gelukkig was er toen ook al de website van de Vereniging Basisinkomen[3] waar een heleboel informatie te vinden is over het basisinkomen in het verleden en het heden.
Na de publicaties van Rutger, en de uitzending van VPRO’s Tegenlicht  is het basisinkomen ongeveer booming aan het worden, niet alleen in Nederland  en Europa[4], maar ook daarbuiten [5]

In Nederland

In vier gemeenten (Utrecht, Wageningen, Tilburg en Groningen) zijn er vergevorderde plannen voor een lokaal experiment met het basisinkomen. In negen gemeenten wordt er ambtelijk onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van zo’n experiment en/of is er een motie voor aangenomen in de gemeenteraad.

Wat de kaart hierboven betreft: ‘Het plan is (bijna) klaar‘ betekent dat er in september met Jetta Klijnsma over het experiment gesproken zal worden. ‘Het plan is in de maak‘ betekent steun door de wethouder en/of gemeenteraad. ‘De mogelijkheden worden verkend‘ betekent serieuze interesse van raadsleden, wethouders, sociale diensten en/of burgerinitiatieven.

Nog niet eerder was er zoveel interesse om te experimenteren – iets wat in het buitenland niet onopgemerkt is gebleven.[5]