planet-earthHet burgerdividend

De technologische vooruitgang zorgt ervoor dat steeds meer onaangenaam werk geautomatiseerd kan worden, waardoor de productiviteit en daarmee ook de grondwaarde stijgt. Sommige mensen vinden het jammer wanneer technologische vooruitgang het leven vergemakkelijkt, want ze zijn bang dat “jobs” verloren zullen gaan. Dit is zeer absurd: werken om toch maar te kunnen werken. Wij vinden dat iedereen zou moeten mee kunnen profiteren van automatisatie, en de technologie er voor moet zorgen dat iedereen een confortabeler leven kan leiden met meer welvaart voor minder werk. Op dit moment zijn het echter vooral de gepriviligeerden van deze vooruitgang kunnen profiteren en de rest van de bevolking doet concurreren voor de overblijvende jobs. Het is absurd dat de ene mens werkloos is en de andere kreunt onder werkdruk. In de eerste plaats is het belangrijk dat de privileges weggenomen word en dat de gemeenschappelijke waarde van de aarde gebruikt wordt om de gewone overheidsdiensten te financieren, zodat de toegankelijkheid gelijkwaardig is voor iedereen. De overheidsdiensten moeten diensten zijn die voor iedereen gelijkwaardig toegankelijk zijn. Subsidies aan private instanties moeten voor ons volledig stoppen. Deze overheidsdiensten gaan, indien ze voldoende efficiënt en zinvol zijn, al snel zelf bijdragen tot de grondwaarde, waardoor de overheid een netto winst zal maken. Iedere burger zou van deze winst, die dus voortkomt uit natuurlijke voorzieningen en technologische vooruitgang, een dividend moeten krijgen. Dit noemen wij het burgerdividend. Een ander onderdeel van het burgerdividend is een deel van de inkomsten die de overheid haalt uit het verhuren van vervuilingslicenties. Wij kunnen immers niet leven zonder een beetje te vervuilen, en de capaciteit van de aarde om vervuiling te verwerken is ook een natuurlijke bron. Iedere burger heeft recht op een gelijk deel hiervan.

Geoïsme in een notendop

Basisprincipes

  1. Het eigendomsprincipe:

    iedereen heeft het recht de vruchten van zijn eigen arbeid te plukken, maar de waarde van de aarde en zijn natuurlijke bronnen behoren aan iedereen gelijkwaardig toe.

  2. Het vrijheidsprincipe:

    De mens moet zoveel mogelijk vrij gelaten worden om zijn leven naar eigen goeddunken in te richten, zelf keuzes te maken en zijn verantwoordelijkheid op te nemen, en uit vrije wil en als gelijke samenwerkingsverbanden met anderen in zijn gemeenschap aan te gaan. Hij moet vrij kunnen zijn van materiale zorgen, de ademruimte hebben om zichzelf te kunnen ontplooien en zijn persoonlijke kwaliteiten te ontwikkelen. Vrij ondernemerschap en vrije handel brengen voorspoed voor iedereen. Dit is echter niet mogelijk zonder een zorgzame omgang met de aarde en de gemeenschap. Economische efficientie en sociale rechtvaardigheid zijn geen vijanden maar vrienden. De overheid kan perfect ten dienste staan van de mensen en zichzelf financieren, zonder de individuele vrijheid en de vrije economie ook maar het minste te schaden.

  3. Het gelijkheidsprincipe:

    Het zijn monopolisering en het bestaan van speciale privileges die de onrechtvaardigheden en problemen in onze maatschappij veroorzaken, zoals armoede, werkdruk, overconsumptie, milieuverontreiniging, economische crises en oorlog. Monopolisering van land en zijn natuurlijke bronnen is een van de belangrijkste oorzaak van de monopolisering van kapitaal. Problematisch zijn ook de private geldcreatie, privaat bezit van gemeenschappelijke infrastructuur, subsidies aan commercie en industrie, en patenten. Wij streven naar de emancipering van het individu en de gemeenschap ten opzichte van monopolie-kapitalistische corporaties. Dit wordt bereikt door iedereen een gelijke toegang te geven tot de universele ruimte waarin wij leven, de rijkdom die de aarde ons geeft en de gemeenschappelijke waarde die door onze sociale en leergierige natuur voortgebracht wordt.

Bron: http://geoisme.nielsch.be/