Wat is eigelijk de armoedegrens?

Leestijd: 2 minuten

Hoeveel is hoog genoeg?

Mensen met risico op armoede of sociale uitsluiting: de armoedegrens is 60% van het mediaan equivalent inkomen per land, zie onderstaande tabel en onderaan de pagina.

https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/ilc_li01/default/table?lang=en

Standaard geeft de tabel een bedrag weer in “echte” euro’s.

Koopkracht

Een betere manier is om PPS te laten zien. dit is Puchasing Power Standard – Koopkrachtstandaard – ook in Euro maar “omgerekend” omdat er geen verschillen in prijsniveau zijn tussen EU-leden.
De Koopkrachtstandaard wordt gebruikt om het bruto binnenlands product (BBP) per inwoner te vergelijken, wat een maatstaf is voor de economische welvaart van een land, aangepast aan de koopkrachtverschillen.

https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/sdg_10_10/default/table?lang=en
Dus als je de PPS-gegevens ziet, ziet je dat deze 60% van het mediaan equivalent inkomen verschillende koopkracht heeft in verschillende landen. Dit is het zwakke punt van deze 60%. Nederland staat op de 6e plaats voor de koopkracht in Europa in 2024

Uitsluiting

https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/ilc_peps03n/default/table?lang=en

Je kunt zelf je conclusies trekken over deze cijfers en je een voorbeeld maken over de hoogte van het basisinkomen.

Ik zou zelf zeggen, dat €1600/maand geen euro te veel is.

Lees meer via https://basisinkomen.eu/obi/mediane-inkomens-in-europa

Het mediane inkomen

Het jaarlijkse nationale armoederisico is vastgesteld op 60% van het nationaal mediaan inkomen per equivalent volwassene. het mediaan inkomen scheidt de totale bevolking in twee gelijke delen. Het inkomen per equivalent volwassen wordt berekend door 1,0 tot de eerste volwassene, 0,5 tot: het totale inkomen van het huishouden door zijn omvang vastgesteld na toepassing van de volgende gewichten te delen andere leden van het huishouden 14 jaar of ouder en 0,3 jaar voor elk lid van het huishouden van minder dan 14 jaar oud. Het totale besteedbaar inkomen van huishoudens is het totale netto monetaire inkomen van het huishouden en haar leden, namelijk alle ontvangen inkomen uit arbeid, een eigen inkomen uit beleggingen en onroerend goed, plus alle sociale overdrachten ontvangen rechtstreeks inclusief ouderdoms-pensioenen, na aftrek van eventuele betaalde belastingen en sociale premies. Echter, met indirecte sociale overdrachten, betalingen rente op leningen, transfers betaald aan andere huishoudens, ontvangsten in natura en de toegerekende huur voor door de eigenaar bewoonde accommodatie wordt geen rekening gehouden.
Het Onvoorwaardelijke en Universele Basisinkomen kan worden vastgesteld op een bedrag ter hoogte van dit armoederisico; 60% van het mediane inkomen.

robin ketelaars, iterum feci